Aan de oever van de Geleenbeek staat tussen de gehuchtjes Ophoven en Leijenbroek al meer dan zeven eeuwen een oude watermolen. De beek stroomt hier nog op volle sterkte voordat deze na een vertakking een tiental meter verderop bij de stenen sluis wordt gesplitst in de verdere loop van de Geleenbeek en de Molenbeek, die door de oude stad loopt.

 
 
 
 

Al in 1348 behoorde deze molen tot het eigendom van de heren van Valkenburg die tevens de heren van Sittard waren. Dit wordt ook bevestigd door een vermelding uit 1406 in een cartularium van de Grote kerk in Sittard als “Moelenstat tot Ophoeven”. In die jaren was de molen in bezit van de Hertogen van Gulick die ook het molenbanrecht uitoefenden in Sittard. De molen is in de loop der eeuwen vele malen gewisseld van eigenaar. Dit ook ingegeven door het vaak  wisselen van machthebbers in de regio in de vroege eeuwen.

 
 

De graanmolen behoorde tot de Ophovenerhof. In het jaar 1528 neemt molenaar Dirk Bratz de molen in erfpacht van de Sittardse adelijke familie Dobbelsteyn. Deze familie is op dat moment ook eigenaar van een herberg, het bakhuis en de Ophovenerhof, die dan zelfs de Dobbelsteyner Hof wordt genoemd.  Het familiewapen van deze familie is nog altijd zichtbaar in het Sittardse stadwapen.

 
 
 

In 1798 werden de hertogelijke goederen door de Fransen in beslag genomen en in 1805 openbaar verkocht. Eigenaar werd Jan Baptist Strijbos uit Sittard die de molen, na de opheffing van het middeleeuwse banrecht, liet ombouwen van oliemolen tot korenmolen. Latere eigenaren waren de Sittardse dokter Kribs en na hem Jan Hubert Nijssen, toen ook al eigenaar van de Sittardse banmolen. Door zijn huwelijk met een dochter van Nijssen werd Jacob Gustaaf Laudy de volgende eigenaar. 

 
 
 

Na 1912 werd de kracht van de molen ook nog ingezet als houtzagerij. De zagerij, in de achter de molen gelegen open overkapping, heeft onder familie Laudy zeker in de eerste jaren na de tweede wereldoorlog zijn steentje bijgedragen aan de wederopbouw in de omgeving van Sittard. Leden van de familie Laudy, nog geboren in de Ophovenermolen, kunnen tot op de dag van vandaag vertellen hoe het was om in de molen op te groeien.